PDF Opties

Leeswijzer


De programmabegroting is voor ons een belangrijk instrument om te laten zien wat wij het komend jaar willen doen en wat dat kost. Deze begroting is bedoeld voor alle inwoners van Oegstgeest: het is het gemeentelijk huishoudboekje dat voor iedereen toegankelijk is en moet zijn. In deze leeswijzer staat wat de begroting betekent, hoe hij is opgebouwd en hoe het hij het best te lezen is.

Wat is de begroting?
Eerst wat uitleg over de betekenis van de begroting en de rol van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraadsleden zijn de gekozen volksvertegenwoordigers, het college is het dagelijks bestuur. De begroting is het document waar de gemeentelijke uitgaven (lasten) en inkomsten (baten) bij elkaar worden gebracht. Het is als het ware de offerte van het college aan de gemeenteraad voor het uitvoeren van activiteiten in het komende jaar.

Hoe zit de begroting in elkaar?
De begroting bestaat uit twee delen, de beleidsbegroting en de financiële begroting.

Beleidsbegroting
De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de paragrafen.

Programmaplan

In het programmaplan staan zeven programma’s waarin we alle gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein benoemen. De gemeentelijke toekomstvisie en de coalitieagenda hebben de inhoud hiervan voor een groot deel bepaald.

Per programma volgen we de opzet van een doelenboom. Die ziet er als volgt uit:

  1. Wat willen we bereiken: programmadoelen (weergegeven op programmaniveau), resultaten (weergegeven per beleidsthema) en beleidsindicatoren (weergegeven op programmaniveau).
  2. Wat gaan we daarvoor doen: inspanningen (weergegeven per beleidsthema) en prestatie-indicatoren (weergegeven op programmaniveau).
  3. Wat mag het kosten: financiën (weergegeven per beleidsthema en in totaal per programma).

De grootste budgettaire verschillen tussen de Begroting 2017 en de Begroting 2018 staan in de 'Toelichting financiële afwijkingen'. Deze zijn in de programma's te vinden onder het totale financiele overzicht, verduidelijkt per beleidsthema.

Aan het eind van elk programma staan de beleidsindicatoren. Dat zijn de 39 beleidsindicatoren die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorschrijft en eigen 'Oegstgeester' beleidsindicatoren. Er zijn steeds twee regels opgenomen. In de bovenste regel staat de indicator met de gegevens zoals die in de begroting van vorig jaar stonden. In de onderste regel staan de gegevens van dit jaar.

Dit jaar zijn voor het eerst prestatie-indicatoren opgenomen voor de 2e w-vraag, wat gaan we daarvoor concreet doen de komende vier jaar. Over wat er werkelijk gepresteerd wordt, rapporteren we voor het eerst in de jaarrekening over 2018.

Paragrafen

De paragrafen gaan in op de bedrijfsvoering in brede zin en vormen daarmee een dwarsdoorsnede van de begroting. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal:

  • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1)
  • Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2)
  • Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3)
  • Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4)
  • Hoe hebben we de bedrijfsvoering geregeld ? (paragraaf 5)
  • Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6)
  • Hoe is ons grondbeleid geregeld? (paragraaf 7)

Financiële begroting
In de financiële begroting staan diverse (verplichte) financiële overzichten, waaronder de realisatie van baten en lasten van het vorig jaar en de raming van het huidige jaar en de komende jaren. Eigenlijk is het een samenvatting van het deel ‘Wat mag het kosten’. Omdat we afronden op duizendtallen, kunnen hierin kleine afrondingsverschillen ontstaan.

Ook staat in de begroting welke lasten en baten incidenteel zijn, zodat te zien is of de begroting ook duurzaam sluitend is. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie, een prognose voor het verloop van de balans. Op de actiefzijde van de balans staan bezittingen, die zijn opgedeeld in de vaste activa en de grondexploitatie. Dat laatste is de voorraad onderhandenwerk bij de meerjarige bouwprojecten. Op de passiefzijde van de balans staat ons vermogen in de vorm van reserves, de voorzieningen en de langlopende geldleningen. Na het meerjaren investeringsplan volgt dan een overzicht met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.

In de bijlagen ten slotte, staat onder meer de coalitieagenda. Daarin staan alle afspraken die de coalitiepartijen hebben gemaakt aan het begin van hun bestuursperiode.