PDF Opties

Algemene financiële beschouwing

Algemeen

De Begroting 2018 is structureel sluitend en reëel in evenwicht. We dekken de structurele uitgaven met structurele middelen. Er is ieder jaar een overschot, dat we storten in de algemene reserve.

De begroting is gebaseerd op de bestaande Programmabegroting 2017-2020, de vastgestelde begrotingswijzigingen tot en met 6 juli 2017 en de door de gemeenteraad vastgestelde Perspectiefnota 2018. Daaraan zijn toegevoegd de posten met structurele doorwerking van de Voortgangsrapportage 2017. Ook is een aantal nieuwe ontwikkelingen toegevoegd, zoals de grondexploitaties. Deze grondexploitaties zijn opgenomen op basis van het door de gemeenteraad vastgestelde meerjarenprogramma grondexploitaties (MPG). In de balansprognose hebben we rekening gehouden met de kasstromen uit deze grondexploitaties die per juni 2017 geactualiseerd zijn.

Financiële positie

Door de structurele overschotten op de exploitatie (de begrotingssaldi voor stortingen in/onttrekkingen aan de reserves) hebben we een gezond financieel toekomstperspectief. De per saldo positieve kasstromen zorgen ervoor dat de schuldpositie - bij een verder ongewijzigde situatie - verder terugloopt dan in de Perspectiefnota 2018 was voorzien.

Wel moeten we rekening houden met een aantal toekomstige risico’s en financiële opgaven. De belangrijkste zijn:

  • We willen de schuldpositie terugbrengen tot € 51 miljoen in 2020. De in de huidige Meerjarenbegroting 2017 - 2020 opgenomen stortingen in de algemene reserve zijn onderdeel van de berekende schuldpositie voor de komende jaren. Besteding hiervan betekent een hogere schuldpositie.
  • Vanaf 2022 vervalt de mogelijkheid precariobelasting te heffen op nutsvoorzieningen. Dit betekent een daling van de inkomsten met circa € 1,7 miljoen per jaar.
  • Een structurele exploitatieruimte boven 0,6% beschouwt de provincie als voldoende. Deze exploitatieruimte van circa € 0,35 mln (2018) moeten we handhaven. We zitten nu ver boven de norm van 0,6%, namelijk 1,6% in 2018 oplopend tot 3,5% in 2021.
  • De ontwikkelingen in de kosten van de jeugdhulp zijn onzeker. Er wordt veel inspanning gepleegd deze beter te beheersen en de kosten terug te dringen, maar voor een groot deel zijn wij afhankelijk van derden.
  • Als gevolg van de economische groei en de daardoor toenemende rijksuitgaven, stijgt de algemene uitkering. Omdat de conjunctuur een golfbeweging kent, is over enkele jaren een teruglopende groei of zelfs krimp mogelijk. Daardoor zullen onze inkomsten mogelijk (tijdelijk) kunnen dalen.

Ontwikkeling begrotingssaldo

Op 29 juni 2017 is de Perspectiefnota 2018 vastgesteld. De perspectiefnota sluit meerjarig met begrotingssaldi van 'nul', omdat we de exploitatiesaldi onttrekken aan/storten in de algemene reserve. Na de perspectiefnota zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest die verwerkt zijn in de begroting. De belangrijkste zijn de Meicirculaire 2017 van het gemeentefonds, de structurele doorwerking van de Voortgangsrapportage 2017 en de nieuwe cao.
Voor de uitvoering maatschappelijke zorg is de hoogte van het benodigde budget (nog) niet duidelijk. We hebben dit opgenomen met de kwalificatie 'PM'. Hiermee maken we duidelijk dat deze ontwikkeling er wel is. Zodra helder is wat de bijbehorende kosten zijn, besluiten we hierover.

In onderstaande tabel staat de ontwikkeling van het begrotingssaldo na vaststelling van de perspectiefnota.

Saldo mutaties Begroting (Bedragen * € 1.000)

2018

2019

2020

2021

Saldo Perspectiefnota 2018-2021

0

0

0

0

Motie 21 '3D-reserve voor sociale infra, niet voor sport'

-10.800

V

102.300

N

93.800

N

82.900

N

Voortgangsrapportage 2017 exploitaitie

206.315

N

305.843

N

-17.157

V

-17.157

V

Voortgangsrapportage 2017 dekking bestemmingsreserve 3D

-20.000

V

-20.000

V

-20.000

V

-20.000

V

Meicirculaire 2017 gemeentefonds

-964.839

V

-1.050.925

V

-1.040.796

V

-727.351

V

Nieuwe cao 2017

200.000

N

200.000

N

200.000

N

200.000

N

VNG-fonds gezamenlijke uitvoering

59.775

N

59.775

N

59.775

N

59.775

N

Wegvallen opbrengst vof Nieuw Rhijngeest

70.000

N

70.000

N

70.000

N

70.000

N

RDOG Veilig thuis

27.306

N

Uitstel overdracht Rijksvaccinatieprogramma

-45.000

V

Uitvoering maatschappelijke zorg

PM

N

PM

N

Medewerker GGZ in STO

25.000

N

Correctie jeugdzorg tijdelijk fonds

-260.000

V

-260.000

V

-260.000

V

Prognose jeugdzorg

219.000

N

219.000

N

219.000

N

GR Kust-, Duin- en Bollenstreek

12.400

N

Energieakkoord

23.819

N

23.819

N

23.819

N

23.819

N

Begroting 2018 van VRHM

15.748

N

-3.554

V

-3.554

V

-3.554

V

Wijzigingen in kapitaallasten (verschuivingen en investeringen Voortgangsrapportage 2017)

-15.951

V

-11.562

V

-35.879

V

-35.440

V

Meer uren investeringen en grondexploitaties

-28.070

V

-26.775

V

-26.930

V

-26.930

V

Effect kostendekkende riolering

-171.159

V

-227.176

V

-288.699

V

-322.865

V

Effect kostendekkende reiniging

-27.545

V

-24.245

V

-29.789

V

-55.226

V

Bijstellen precariobelasting

130.000

N

130.000

N

130.000

N

130.000

N

Saldo

-513.001

V

-513.500

V

-926.410

V

-683.029

V

Mutaties algemene reserve

513.001

513.500

926.410

683.029

Saldo begroting 2018 - 2021

0

0

0

0

(+ is een nadeel / - is een voordeel)

Ontwikkeling algemene reserve

De begrotingssaldi (voor mutaties in de reserves) storten we in de algemene reserve. Het begrote verloop van de algemene reserve is als volgt:

Algemene reserve (* € 1.000)

2018

2019

2020

2021

Stand per 1-1

6.399

6.937

7.899

9.671

Toevoegingen

830

1.164

1.866

1.738

Onttrekkingen

292

202

94

83

Totaal

6.937

7.899

9.671

11.326

Uit de jaarlijkse gesaldeerde structurele stortingen in de algemene reserve blijkt dat onze financiële huishouding - volgens de huidige inzichten - tot en met 2021 op orde is.

Reserve Wmo/3D

We verwachten dat de stand van de reserve Wmo/3D voor eind 2021 € 2.844.000 is.

In onderstaand overzicht staat de meerjarige ontwikkeling van de Reserve Wmo/3D.

Reserve Wmo/3D (* € 1.000)

2018

2019

2020

2021

Stand per 1-1

3.433

3.100

3.018

2.921

Toevoegingen

321

101

56

56

Onttrekkingen

654

183

153

133

Totaal

3.100

3.018

2.921

2.844

Weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is voldoende om alle risico's af te dekken waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen. In 2018 is de ratio van het weerstandsvermogen met 3,00 uitstekend.

De top 10 aan risico's staat vermeld in de paragraaf Weerstandsvermogen. Een van de risicofactoren met potentieel groot financieel effect, wordt gevormd door het sociaal domein. Sinds begin 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor extra taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en participatie. We krijgen hier wel middelen voor van het Rijk, maar moeten deze taken met veel minder geld uitvoeren dan er voorheen beschikbaar was. Eventuele tekorten moeten we zelf opvangen. Hiervoor hebben we de reserve Wmo/3D ingesteld.

Schuldreductie

In de Perspectiefnota 2018 is een prognose voor de ontwikkeling van de schuldpositie gegeven. In 2020 verwachten we de streefwaarde van € 51 miljoen te bereiken. Op basis van de uitkomsten van de Begroting 2018 verwachten wij - bij gelijkblijvende overige omstandigheden - dat de schuldpositie in 2020 gelijk is aan de streefwaarde. Voor de periode na 2020 is geen bestuurlijke doelstelling vastgesteld over de absolute hoogte van de schuld. In de nota Reductie schuldenlast gemeente Oegstgeest staat dat de streefwaarde van de netto schuldquote niet groter dan 100% is. Een schuldquote van 100% betekent dat in 2021 de schuld moet dalen naar € 45 miljoen.

Het college stelt, in samenspraak met een uit de gemeenteraad samengestelde commissie (bijvoorbeeld de commissie Audit), voor februari 2018 een notitie op met scenario's voor de langetermijnaanpak van de schuldproblematiek. Dit doen we voor het volgende college. Hierin willen wij onder andere kijken naar de inkomsten uit:

  • Bestaande afspraken met partijen.
  • Ontwikkelingen in de begrotingsomvang als gevolg van de groei van de gemeente.

Daarnaast kijken we naar de wijze waarop wij herfinanciering kunnen voorkomen door concreet te sparen. Dit is dus niet hetzelfde als het aanleggen van een boekhoudkundige reserve. Als we de bekende begrotingscijfers doortrekken tot en met 2025, verwachten we dat jaar circa € 6 miljoen onder de huidige streefwaarde van € 51 miljoen te komen. Daarbij zijn we ervan uitgegaan dat we de wegvallende precariobelasting budgetneutraal oplossen. Hierbij waarschuwen we wel dat de exploitatiecijfers in de toekomst onzeker zijn en onder meer afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

(Bedragen x € 1.000.000)

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Schuldpositie

 

52,5

52,9

54,6

50,0

48,1

47,4

46,7

46,0

45,3

Streefwaarde

 

51,0

51,0

51,0

51,0

145,0

45,0

45,0

45,0

45,0

  1. 1 Niet bestuurlijk vastgesteld, gebaseerd op 100% schuldquote

Septembercirculaire van het gemeentefonds

In deze begroting is de algemene uitkering opgenomen tot en met de Meicirculaire 2017. De Septembercirculaire 2017 is te laat beschikbaar om mee te nemen in de cijfers. Wij geven informatie over de uitkomsten van de septembercirculaire zodra deze beschikbaar is en we hem geanalyseerd hebben.