PDF Opties

Paragraaf Lokale heffingen

1. Overzicht

Wij heffen de volgende belastingen, heffingen en retributies:

Belasting

Omschrijving

Onroerende zaakbelasting (ozb)

Belasting op het eigendom en het gebruik van onroerende zaken.

Rioolheffing

Belasting op de mogelijkheid om afvalwater en/of hemelwater af te voeren via de gemeentelijke riolering.

Afvalstoffenheffing

Belasting op de mogelijkheid om afval ter inzameling aan te bieden aan de afvalinzamelingsdienst.

Toeristenbelasting

Belasting op het overnachten in bijvoorbeeld een hotel of bed and breakfast.

Hondenbelasting

Belasting op het hebben van een hond.

Precariobelasting

Belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond.

Leges (diversen)

Leges worden ook wel 'retributies' genoemd. Een retributie is een betaling aan de overheid waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die overheid tegenover staat.

Marktgelden

Belasting voor het innemen van een standplaats op het marktterrein.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Heffing waarmee ondernemers in een afgebakend gebied samen meebetalen aan een aantrekkelijke en veilige omgeving.

2. Beleid algemeen

Bij de lokale heffingen bekijken we jaarlijks of de inflatiecorrectie op de belastingen geheel of gedeeltelijk achterwege kan blijven. Dit is overigens nog wel afhankelijk van ons financiële perspectief. De tarieven voor heffingen en leges baseren we vervolgens op het uitgangspunt dat we volledig kostendekkend willen zijn. Eventuele noodzakelijke grote investeringen dekken we vanuit de voorziening voor de rioolheffing of de voorziening voor de afvalstoffenheffing.

Belastingplan 2018
In de Perspectiefnota 2018-2021 presenteerden we de uitgangspunten voor het Belastingplan 2018. Hierin staat een inflatiecorrectie van 1,3%. Deze index is gebaseerd op de Septembercirculaire 2016, met een correctie voor 2017.

We kiezen ervoor de belangrijkste belastingsoorten om te slaan naar woonlasten per huishouden en de lasten op dit niveau inzichtelijk te maken. In de tabel hieronder is het effect te zien van 100% kostendekkendheid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing en de inflatiecorrectie (1,3%) op de onroerendezaakbelasting (ozb) woningen.

  1. Voor een eenpersoonshuishouden in een flat met Woz-waarde € 175.000 (in 2017): een stijging van € 7,90;
  2. Voor een meerpersoonshuishouden met een afvalcontainer van 120 liter, in een woning met de gemiddelde Woz-waarde van € 336.000 (in 2017): een stijging van € 13,35;
  3. Voor een meerpersoonshuishuiden met een afvalcontainer van 240 liter, in een woning met Woz-waarde € 400.000 (2017) stijgt de belasting met € 13,01.

Voorschriften BBV

In de paragraaf Lokale heffingen moet een verplichte passage over de kostendekkendheid van de lokale heffingen komen. In deze paragraaf staat de kostendekkendheid nu opgenomen in de totaal begrote cijfers - het is dus een totaalbeeld en geen detailgegeven.
In de opgestelde berekening gebruiken wij voor de overhead standaard de verdeelsleutel van de loonsom. Loonkosten bepalen in de meeste gevallen immers een groot deel van het tarief. Uitzonderingen vormen de rioolheffing en afvalstoffenheffing waarbij de kosten hoofdzakelijk bestaan uit kapitaallasten van investeringen. Bij deze heffingen passen wij de sleutel ‘omvang per taakveld’ toe.

3. Beleid specifiek per belastingsoort

Belastingsoort

Beleid

Onroerende zaakbelasting (ozb)

Voor onroerende zaken die als woning dienen, ontvangen alleen eigenaren een aanslag. Bij niet-woningen krijgen zowel de eigenaar als de gebruiker een aanslag. We zijn vrij in de besteding van de inkomsten uit ozb. Vanwege schommelingen in de grondslag (Woz-waarde) voeren we bij de ozb geen tarievenbeleid, maar een opbrengstenbeleid. Eventuele areaalwijzigingen (omvang of inkrimping van de voorraad onroerende zaken) hebben een autonome invloed op de ozb-opbrengsten.

Tariefbeleid 2018 
De onroerendezaakbelasting is dus een opbrengstgestuurde belasting. Bij de begroting stellen we de gewenste opbrengst vast; als aan het einde van het jaar bekend is welke Woz-waarden er zijn, kunnen we het tarief berekenen. In feite betaalt een eigenaar hetzelfde bedrag als het jaar ervoor, verhoogd met de inflatiecorrectie. Omdat niet alle woningen (en overige panden) een exact gelijke waardemutatie hebben, gaat de ene eigenaar meer extra betalen dan de ander. Op dit moment stijgen de appartementen het meest in waarde en de duurdere woningen het minst.

In de Ontwerpbegroting 2018-2021 stijgen de opbrengsten uit de ozb met 1,3% inflatiecorrectie. Daarnaast bepaalt de inkomensmaatstaf binnen de Algemene uitkering de minimale hoogte van de ozb-opbrengst (de 65%-norm). Dit lichten we toe bij onderdeel 8 van deze paragraaf.

Rioolheffing

Rioolheffing is bedoeld om de kosten te dekken van de gemeentelijke riolering en waterzorgtaken. Vanaf 2019 zullen we een nieuw (verbreed) Gemeentelijk Rioleringsplan vaststellen. Hierin nemen we een meerjarenkostenoverzicht op, met daarin een prognose voor de opbrengsten uit rioolheffing. Die prognose gaat uit van volledige meerjarige kostendekkendheid. Schommelingen van het tarief vangen we daarbij op met de egalisatievoorziening.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2018 

Het tarief voor 2018 is vastgesteld op basis van de totale geraamde lasten voor 2018 en de noodzakelijke baten daarvoor. De totale kosten stijgen door investeringen en areaalontwikkeling. Er zijn nu dus meer aansluitingen, maar die gebruikers betalen ook mee aan de (door hun 'komst' gestegen) totale kosten. De tariefstijging is overigens lager dan de kostenstijging. De tarieven zijn weergegeven in onderdeel 6, onder het kopje Lokale lastendruk.

Kostendekkendheid rioolheffing

Raming 2018

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

€ 1.878.030

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

-

Nettokosten taakveld

€ 1.878.030

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente*

€ 227.880

Btw

€ 270.423

Totale kosten

€ 2.376.333

Opbrengst heffingen

€ 2.376.333

Dekkingspercentage

100%

* Afwijking overhead: we kiezen voor de methodiek 'omvang van het taakveld' bij de toerekening van de overhead aan de rioolheffing.

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing is bedoeld om de kosten van de afvalinzameling en afvalverwerking te dekken. Voor het tarief van de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde als voor dat van de rioolheffing: het beleid is erop gericht om de kosten volledig te dekken. Ook bij afvalstoffenheffing werken we met een egalisatievoorziening.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2018

Voor oud papier ontvangen we meer vergoeding. Hierdoor, en vanwege een uitbreiding van huishoudens, zijn de totale kosten iets afgenomen waardoor de tarieven iets lager kunnen zijn dan vorig jaar. De kostendekkende tarieven voor 2018 zijn weergegeven in onderdeel 6 van deze paragraaf, onder het kopje Lokale lastendruk.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Raming 2018

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

€ 2.221.500

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

€ -305.830

Nettokosten taakveld

€ 1.915.670

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente*

€ 289.839

Btw

€ 343.035

Totale kosten

€ 2.548.840

Opbrengst heffingen

€ 2.548.840

Dekkingspercentage

100%

* Afwijking overhead: we kiezen voor de methodiek 'omvang van het taakveld' bij de toerekening van de overhead aan de afvalstoffenheffing.

Toeristenbelasting

Hotelbezoekers betalen een bedrag per overnachting en leveren op die manier een bijdrage aan de kosten van de voorzieningen waarvan ze gebruikmaken.

Tariefbeleid 2018
In 2017 hebben we het tarief gelijk getrokken met dat van Leiden, € 2,50 per overnachting. De gemeente Leiden heeft dit tarief voor vijf jaar vastgesteld en dat doen wij ook. In 2016 hebben we ongeveer 88.000 overnachtingen gehad. Dat leverde ons zo'n € 220.000 op.

Hondenbelasting

Hondenbelasting is in principe bedoeld om de kosten te dekken van taken die honden met zich meebrengen. Een voorbeeld hiervan is het opruimen van de uitwerpselen, in het geval de eigenaar van de hond dit nalaat. Overigens kent de hondenbelasting geen kostendekkendheidbeginsel. Net als bij de ozb kan de gemeente de inkomsten uit hondenbelasting vrij besteden.

Tariefbeleid 2018
In de Perspectiefnota 2018-2021 namen we op dat we de opbrengsten van lokale heffingen indexeren. Omdat het aantal honden in Oegstgeest naar verwachting gelijk blijft, passen we de indexatie ook toe op de tarieven voor de hondenbelasting. Het tarief voor de eerste hond bedraagt daarmee € 92,28.

Precariobelasting

Particulieren en bedrijven maken gebruik van openbare grond. Soms heeft het gebruik een tijdelijk karakter (vuilcontainers, bouwketen, steigers, terrassen) en soms een meer blijvend karakter (leidingen, luifels, borden). Voor de diverse soorten van gebruik berekenen we een tarief voor de gebruiker ervan. De gedachte hierachter is dat een gemeente het openbaar bezit namens de burger op een deugdelijke manier beheert. Ook moet er een zekere balans bestaan tussen het gebruik van grond in openbaar en particulier eigendom. Het meest intensieve particuliere gebruik van openbare grond vindt plaats door water-, gas- en elektriciteitsbedrijven die hun product - door de grond - naar hun klanten transporteren. De meeste opbrengsten uit precariobelasting komen dan ook uit de precario op leidingen die door gemeentegrond lopen.

Tariefbeleid 2018
De tarieven voor 2018 verhogen we met 1,3% inflatiecorrectie.
Begin 2017 besloot het Rijk om de precariobelasting op nutsvoorzieningen per 2022 af te schaffen. De tarieven voor kabels, buizen en leidingen zijn tot die tijd bevroren.

Leges

Tegenover onze leges staan de diensten die we leveren. In het tarievenbeleid streven we er altijd naar de kosten van deze diensten voor honderd procent te dekken. De leges zijn onder te verdelen in drie zogenoemde titels. Dit zijn:

  1. Algemene dienstverlening.
  2. Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning.
  3. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2018

In de Perspectiefnota 2018-2021 namen we op dat we de legesopbrengsten voor 2018 indexeren. Voor producten met een wettelijk maximum sluiten we aan bij de wettelijke tarieven.

Kostendekkendheid leges titel 1 en 3 Publiekszaken/Apv

Raming 2018

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

€ 924.187

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

-

Nettokosten taakveld

€ 924.187

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

€ 846.353

Btw

€ 18.605

Totale kosten

€ 1.789.145

Opbrengst heffingen

€ 479.745

Dekking

27%

Kostendekkendheid leges titel 2 Wabo

Raming 2018

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

€ 653.448

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

-

Nettokosten taakveld

€ 653.448

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

€ 828.800

Btw

€ 741

Totale kosten

€ 1.482.989

Opbrengst heffingen

€ 458.055

Dekking

31%

Marktgelden

De tarieven van de marktgelden zijn elastisch: gaan de tarieven teveel omhoog, dan gaat het aantal bezette standplaatsen omlaag. Dit maakt de markt onaantrekkelijker voor bezoekers en nieuwe standplaatshouders. Hiermee houden we rekening bij het tariefbeleid.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2018 
In de Perspectiefnota 2018-2021 namen we op dat we de opbrengsten uit de marktgelden indexeren.

Kostendekkendheid marktgelden

Raming 2018

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

€ 38.252

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

-

Nettokosten taakveld

€ 38.252

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

€ 7.213

Btw

€ 6.533

Totale kosten

€ 51.998

Opbrengst heffingen

€ 41.100

Dekkingspercentage

79%

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Oegstgeest heeft een Bedrijven Investeringszone (BIZ). Hiervoor maken we geen eigen beleid: er is aparte wetgeving voor. De BIZ is specifiek ontworpen als financieringsinstrument voor een ondernemersfonds. Het is een ideaal instrument wanneer ondernemers in een afgebakend gebied een plan hebben waarvoor zij financiering zoeken bij de andere ondernemers in dat gebied. Na uitwerking van het plan stellen ze een door ons te heffen bedrag vast - wij innen de BIZ-gelden bij de ondernemers. De opbrengsten storten we, na aftrek van de kosten, door naar de BIZ-vereniging.

4. Geraamde opbrengsten

Het beleid resulteert in de onderstaande eigen opbrengsten. In deze opbrengsten zijn ook areaalwijzigingen opgenomen. Hierdoor kan het percentage afwijken van het uitgangspunt - een stijging met het inflatiepercentage.

Belastingsoort

Opbrengst
begroting 2017

Opbrengst begroting 2018

Verschil
(2018-/-2017)

Percentage Verschil

Ozb

€ 6.172.647

€ 6.265.647

€ 93.000

1,5%

Rioolheffing

€ 2.065.562

€ 2.376.073

€ 310.511

15,0%

Afvalstoffenheffing

€ 2.566.980

€ 2.548.840

€ -18.140

-0,7%

Toeristenbelasting

€ 200.803

€ 200.809

€ 6

0%

Hondenbelasting

€ 105.646

€ 105.646

€ 0

0%

Precariobelasting

€ 1.741.818

€ 1.741.818

€ 0

0%

Leges

€ 1.337.800

€ 937.800

€ -400.000

-29,9%

Marktgelden

€ 41.100

€ 41.100

€ 0

0%

Totaal

€ 14.232.356

€ 14.217.993

€ -14.323

-0,1%

5. Kwijtscheldingsbeleid

We stellen ons actief op als het gaat om kwijtschelding. Het is belangrijk om de minder draagkrachtigen in onze gemeente de mogelijkheid te bieden om kwijtschelding van lokale heffingen aan te vragen. De belastingsoorten waarop kwijtschelding van toepassing is, zijn de ozb, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Degenen die kwijtschelding hebben gekregen, toetsen we het jaar erna bij het Inlichtingenbureau (IB). Als ze volgens die toets nog in dezelfde omstandigheden verkeren als het jaar waarin ze kwijtschelding hebben gekregen, geven we automatisch kwijtschelding.

6. Lokale lastendruk Begroting 2018-2021

Om een indruk te krijgen van de gevolgen van de voorstellen uit de begroting voor de lokale lastendruk, schetsen we hieronder een beeld van de ontwikkeling van het totaal aan woonlasten voor een gemiddeld huishouden.

In voorbeeld 1 gaan we uit van een flat (waarde € 175.000) met één bewoner, in voorbeeld 2 van een gemiddelde eengezinswoning (waarde € 315.000) met een gering afvalaanbod en in voorbeeld 3 van een grotere woning (waarde € 400.000) met een gemiddeld afvalaanbod.

Voorbeeld 1

lasten 2017

lasten 2018

stijging

perc

Ozb (in 2017, bij woning van € 175.000)

€ 221,73

€ 224,58

€ 2,86

1,3%

Afvalstoffenheffing (flat)

€ 252,48

€ 246,36

€ -6,12

-2,4%

Rioolheffing (een persoon)

€ 156,84

€ 168,00

€ 11,16

7,1%

Totaal

€ 631,05

€ 638,94

€ 7,90

1,3%

Voorbeeld 2

lasten 2017

lasten 2018

stijging

perc

Ozb (in 2017, bij woning van € 250.000)

€ 316,75

€ 320,83

€ 4,08

1,3%

Afvalstoffenheffing (minicontainer 120 liter)

€ 210,44

€ 205,32

€ -5,12

-2,4%

Rioolheffing (meerdere personen)

€ 195,48

€ 208,80

€ 13,32

6,8%

Totaal

€ 722,67

€ 734,95

€ 12,28

1,7%

Voorbeeld 3

lasten 2017

lasten 2018

stijging

perc

Ozb (in 2017, bij woning van € 400.000)

€ 506,80

€ 513,33

€ 6,53

1,3%

Afvalstoffenheffing (minicontainer 240 liter)

€ 280,44

€ 273,60

€ -6,84

-2,4%

Rioolheffing (meerdere personen)

€ 195,48

€ 208,80

€ 13,32

6,8%

Totaal

€ 982,72

€ 995,73

€ 13,01

1,3%

7. Lokale vergelijking

De lokale lastendruk drukken we uit in de gemiddelde woonlasten per huishouden. Dit doen we op basis van de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. In onderstaande tabel zijn die woonlasten (in 2017), uitgesplitst naar eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens (bron: Coelo). De tarieven 2018 zijn bij het schrijven van deze begroting nog niet bekend.

Voor de onroerendezaakbelasting hebben we steeds een Woz-waarde van € 275.000 gebruikt.

Rangorde

Gemeente

Woningwaarde

Eenpersoonshuishouden

Meerpersoonshuishouden

1

Voorschoten

 € 275.000

 € 890

 € 953

2

Leiderdorp

€ 275.000

€ 748

€ 927

3

Wassenaar

 € 275.000

 € 717

 € 910

4

Leiden

 € 275.000

 € 665

 € 854

5

Oegstgeest

 € 275.000

 € 718

 € 826

6

Gemiddelde Nederland

 € 275.000

 € 726

 € 794

7

Katwijk

 € 275.000

 € 610

 € 700

8. Ontwikkeling ozb

De inkomensmaatstaf binnen de algemene uitkering bepaalt de minimale hoogte van de ozb-opbrengst. Wij hanteren de 65%-norm. Deze norm houdt in dat de korting op de algemene uitkering die verband houdt met de ozb, maximaal 65% van de totale ozb-opbrengsten bedraagt. Bij berekening blijkt dat we onder de 65% blijven, wat ook te zien is in onderstaand beeld.

De bedragen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de Perspectiefnota 2018-2021 en de nieuwe berekening van de algemene uitkering voor 2018 (volgens de Meicirculaire 2017). Op basis van deze berekening passen we de tarieven 2018 niet aan - ter compensatie van de korting op de algemene uitkering.

2017

2018

Ozb-opbrengsten geraamd (primitief)

 € 6.172.647

€ 6.265.647

Korting algemene uitkering

 € 3.909.417

€ 4.005.778

Percentage voor correctie

63,3%

63,9%

Correctiebedrag

Totaalbedrag nieuwe opbrengsten

Percentage na correctie